Fietser op de baan

Mobiliteit en thuiswerk door elkaar geschud door corona

Nevert Degirmenci

Nevert Degirmenci |

3 min. leestijd |

Mobiliteit

De afgelopen maanden werd er – voor wie dit mogelijk was - meer van thuis gewerkt en minder gereden. In welke mate is telewerk al verankerd in ons dagelijkse leven? Zullen we de komende maanden in onze oude gewoontes hervallen? Enquêtes en opiniepeilingen over deze twee brandend actuele onderwerpen overspoelen ons. We maken voor jou de balans op.

Telewerk schakelt sinds de coronacrisis een versnelling hoger. En dat is niet toevallig. Dankzij het werken op afstand kunnen we de sociale afstandsmaatregelen gemakkelijker toepassen en wordt de continuïteit van bedrijven gegarandeerd. Het gevolg is minder auto’s op de weg, minder gebruik van het openbaar vervoer en veel meer fietsers. We gingen op onderzoek uit bij onze verzekeringsklanten en vroegen hen naar de kilometerstand van hun auto en de impact van de crisis op hun manier van reizen en werken.

Mobiliteit in vertraging

De fiets vervangt hoe langer hoe meer de auto en het openbaar vervoer, vooral in Brussel. Dat meldt de pers naar aanleiding van enquêtes die verschillende instellingen en bedrijven hebben uitgevoerd. Een derde van de werkgevers wil de fiets ook na de coronacrisis blijven promoten.

In Brussel is het spitsuur recent aan het verdwijnen. In de eerste week van september daalde het verkeer met 10 procent tegenover begin september 2019. Of de inwoners van de hoofdstad dat ook zo aanvoelen, varieert naargelang de wijk waarin ze wonen. Omdat de drukte zich over enkele uren uitspreidt, valt er van de ochtendspits nauwelijks nog iets te merken. En de avondspits die is zelfs bijna volledig verdwenen.

De cijfers spreken voor zich: het gebruik van gemotoriseerde voertuigen blijft hoog, maar de fiets wint terrein. Alsmaar meer fietsers gaan de weg op en de aanleg van nieuwe fietspaden dringt zich op.

In een onderzoek vroegen we onze klanten naar de impact van de coronacrisis op hun mobiliteit. 56 procent gebruikt zijn auto vooral voor woon-werkverkeer. 11 procent neemt de fiets. En 7,2 procent geeft de voorkeur aan de trein. Dat trio wordt gevolgd door 6,9 procent van de deelnemers die zich voor dit soort verplaatsingen een elektrische fiets hebben aangeschaft.

Vooral in Wallonië gebeurt het woon-werkverkeer nog met de auto: 65 procent.

In Vlaanderen daarentegen gebruikt maar 51 procent de auto. 16 procent geeft de voorkeur aan de fiets en 11 procent aan de elektrische variant daarvan.

In Brussel tuft 49 procent van de deelnemers met de auto naar het werk. Door het aanbod van het openbaar vervoer maakt 20 procent gebruik van metro, bus en tram. 

Het groeiende succes van de fiets is vooral in Vlaanderen duidelijk. Zo zegt 67 procent van de respondenten een fiets te bezitten, tegenover 29 procent van de Brusselaars. In Vlaanderen is de frequentie van het fietsgebruik ook het hoogst: 42 procent van de fietsbezitters gebruikt de fiets meer dan drie keer per week. De Walen dichten de kloof: 26 procent zegt dat ze regelmatige of occasionele fietsers zijn.

Thuiswerk als nieuwe norm

Wordt thuiswerk een structurele oplossing? Het ziet ernaar uit. Door de gezondheidscrisis is thuiswerk sneller ingeburgerd geraakt. Op dit moment verwacht men dat één op de drie medewerkers ook na de crisis blijft telewerken. 

Telewerk moet zich dus verder blijven ontwikkelen. Na maanden van intensief gebruik zijn de werknemers er nu voor gewonnen. Hetzelfde positieve elan is te zien bij de werkgevers: negen van de tien zouden het thuiswerk nu aanmoedigen. Vóór de crisis was dat maar vijf van de tien.

Belangrijk om weten is dat voor structureel telewerk een formeel beleid op papier noodzakelijk is. Daarin moeten duidelijke aanwijzingen staan over de frequentie van het telewerk. Bijna driekwart van de bedrijven is daarvoor nog niet klaar.

Uit ons eigen onderzoek blijkt dat 42 procent van de deelnemers meer dan één dag per week thuis heeft gewerkt. Telewerk komt het meest voor in het noorden van het land – in Vlaanderen en Brussel – en minder in Wallonië.

Wordt thuiswerk een structurele oplossing? Het ziet ernaar uit. Door de gezondheidscrisis is thuiswerk sneller ingeburgerd geraakt. Op dit moment verwacht men dat één op de drie medewerkers ook na de crisis blijft telewerken. 

Telewerk moet zich dus verder blijven ontwikkelen. Na maanden van intensief gebruik zijn de werknemers er nu voor gewonnen. Hetzelfde positieve elan is te zien bij de werkgevers: negen van de tien zouden het thuiswerk nu aanmoedigen. Vóór de crisis was dat maar vijf van de tien.

Belangrijk om weten is dat voor structureel telewerk een formeel beleid op papier noodzakelijk is. Daarin moeten duidelijke aanwijzingen staan over de frequentie van het telewerk. Bijna driekwart van de bedrijven is daarvoor nog niet klaar.

Uit ons eigen onderzoek blijkt dat 42 procent van de deelnemers meer dan één dag per week thuis heeft gewerkt. Telewerk komt het meest voor in het noorden van het land – in Vlaanderen en Brussel – en minder in Wallonië.

Maak een simulatie in een paar klikken

Ontdek hoeveel euro je bespaart

Vragen of hulp nodig? We helpen je graag verder